modelvragen computergrafiek (eerste theorievraag, op ¼ van de totaalpunten)
- 1.
- Rastering
- Bespreek de verschillende algoritmen voor de rastering van rechte lijnen, zonder in detail in te gaan op multi-step varianten. Vermeld telkens hun voor- en nadelen. (§1.2 & §1.2.1)
- Hoe kunnen de methodes aangepast worden om dikke lijnen voor te stellen ? (§1.5)
- 2.
- Het algoritme van Bresenham
- Bespreek het doel van dit algoritme en geef de volledige uitwerking van het selectieproces. (§1.3)
- Hoe kan deze methode aangepast worden om dikke cirkels voor te stellen ? (§1.5)
- 3.
- Rastering van veelhoeken en antialiasing
- Hoe moeten algoritmen voor het rasteren van rechte lijnen gewijzigd worden indien men ze wil toepassen op het opvullen van veelhoeken ? (§1.4)
- Geef het doel van antialiasing, het algemeen principe ervan, en drie algoritmen voor de praktische uitwerking (met voorbeelden). (§1.6)
- 4.
- Transformaties
- Welke families transformaties worden in de computergrafiek gebruikt, en waarom ?
- Geef en bespreek de matrixrepresentaties van de verschillende types transformaties en hun samenstellingen. (§2.1 behalve §2.1.4)
- 5.
- Projecties en clipping
- Welke soort projectie wordt in de computergrafiek gebruikt, en waarom ?
- Leid de algemene matrixvorm van deze projectie af. (§2.2)
- Wat is de bedoeling van clipping ? Bespreek clippen in twee en in drie dimensies. (§2.3 zonder deelparagrafen)
- 6.
- Het algoritme van Cyrus-Beck
- Geef het doel, de toepasbaarheid, en de beperkingen van het algoritme, en de volledige uitwerking van het principe. Pas het algoritme stap-voor-stap toe op volgende viewport (figuur wordt gegeven) en een lijnstuk met eindpunten ... . (§2.3.2)
- Hoe clipt men meer ingewikkelde krommen en figuren ?
- 7.
- Clipping
- Het algoritme van Cohen-Sutherland: geef het doel, de toepasbaarheid, en de beperkingen van het algoritme, en de volledige uitwerking van het principe. Pas het algoritme toe op relevante voorbeelden. Geef eveneens een variant van de techniek. (§2.3.1)
- Het algoritme van Sutherland-Hodgman: geef het doel, de toepasbaarheid, en de beperkingen van het algoritme, en de volledige uitwerking van het principe. Pas het algoritme stap-voor-stap toe op volgend voorbeeld: (figuur wordt gegeven) . (§2.3.3)
|
|