modelvragen computernetwerken III, reeks D
Belangrijke algemene opmerking: alhoewel niet expliciet gevraagd, word je bij de beantwoording van de SNMP vragen geacht om de globale structuur en de meest typische knooppunten en objecten van volgende componenten te kennen:
- de ip groep van MIB-II (§4.3.1.4 en voorbeelden in §4.2.4)
- de host resources MIB (§4.3.3 en voorbeelden in §4.2.4)
- D1.
- OSPF (§1.8.2 & §1.8.3)
- Bespreek de noodzaak, het doel en de identificatie van OSPF area's. Bespreek de verschillende type area's en de eventuele OSPF routers met specifieke functies die hiertoe ingesteld moeten worden.
- Beschrijf de uitwerking van het algoritme van Dijkstra.
- In welke opzichten is de door OSPF routers gehanteerde procedure, op basis van het algoritme van Dijkstra, fundamenteel verschillend van de gevolgde werkwijze door een verzameling bridges, die diverse netwerksegmenten tot één enkel subnetwerk groeperen ?
- Pas het algoritme van Dijkstra toe om de routingtabel op te stellen van router X in het internetwerk van volgende figuur ...
- D2.
- DNS
- Geef een overzicht van de belangrijkste DNS concepten en terminologie. (§3.1)
- Bespreek op welke niveaus DNS van caching gebruik maakt. (§3.1 & figuur 3.2)
- Wat wordt beoogd met reverse DNS ? Hoe wordt dit gerealiseerd ? (§3.3.2)
- Bespreek de integratie DHCP/DNS. (§2.1.4)
- Bespreek hetzij de diagnoseopdracht nslookup, hetzij de diagnoseopdracht dig (doel, opties, parameters, output, interactief gebruik, ...). (§3.5)
- D3.
- SNMP protocol
- Geef de ASN.1 codering van een [...] SNMP bericht, en een korte uitleg bij elke TLV.
- Bepaal de inhoud van de (hexadecimale) dump van een [...] bericht, dat tegelijkertijd [...], [...] en [...] vraagt/meldt.
- D4.
- SMI
Als kersvers ondernemer verover je de markt met een SNMP manageable apparaat dat toelaat om de toestand van [een gebruiksvoorwerp] te achterhalen. Jouw SNMP agent is ondermeer in staat om [detailfunctionaliteit].
- Ontwerp (en teken) een boomstructuur van de knooppunten en objecten (inclusief identificatie) die door jouw agent geïmplementeerd worden. Zorg ervoor dat jouw boomstructuur ingepast wordt in de wereldwijde MIB structuur. Maak zo efficiënt mogelijk gebruik van tabelobjecten. Gebruik er in ieder geval minstens één.
- Definieer uw volledige MIB met behulp van SMI syntax.
- D5.
- SNMP protocol interacties
- Beschrijf de belangrijkste componenten van de SNMP standaard (in de ruime zin van het woord).
- Met welke (minimaal aantal) interacties kan je in SNMPv1 de velden [...], [...] en [...] (en enkel deze velden) van alle rijen van het [tabelobject] van een netwerkcomponent te weten komen ? Beschrijf de wisselwerking tussen NMS en agent, waarbij je bij elke vraag en antwoord zowel het type van het bericht als de inhoud van de varBindList geeft (je hoeft geen hexadecimale dump te produceren).
- Geef een antwoord op dezelfde vraag, maar nu met behulp van SNMPv2. Zorg opnieuw voor een minimaal aantal interacties.
- Geef een kort overzicht van de verbeteringen van SNMPv2 ten opzichte van SNMPv1. Beperk je hierbij tot het protocol aspect van SNMP.
- D6.
- Neighbor Discovery (§5.4 & §5.5)
- Bespreek de structuur van Neighbor Discovery berichten. Vermeld alle velden die een rol spelen bij stateless autoconfiguratie of één van de Neighbor Discovery processen.
- Bespreek in detail de verschillende Neighbor Discovery processen.
|
|