modelvragen theorie, mondelinge reeks
vragen uit deze reeks worden schriftelijk voorbereid (zo volledig mogelijk) en gevolgd door een mondelinge verdediging
- 1.
- Structuur van Active Directory gegevens
- Bespreek de diverse namen die alle Active Directory objecten identificeren. (§2.2.1)
- Wat zijn SPN objecten ? Bespreek de aanvullende naamgeving voor deze objecten. (§2.2.2)
- In welke partities is de Active Directory informatie verdeeld ? Geef de betekenis van elke partitie, hun onderlinge relatie, en de replicatiekarakteristieken ervan. (laatste helft §2.2.3)
- 2.
- attributeSchema objecten (§2.2.4 en §2.2.5)
- Bespreek het doel en de werking van attributeSchema objecten.
- Bespreek de diverse naamgevingen van attributeSchema objecten.
- Bespreek de belangrijkste kenmerken van attributeSchema objecten, en hoe die ingesteld kunnen worden.
- Welke andere types objecten bevat het Active Directory schema, en wat is hun bedoeling ? (o.a. §2.2.7)
- Via welke attributen kun je de klasse van een willekeurig Active Directory object achterhalen ? Hoe moet je op zoek gaan naar alle objecten van een bepaalde klasse ? Illustreer aan de hand van relevante voorbeelden. (laatste paragraaf §2.2.6)
- 3.
- classSchema objecten (§2.2.4 en §2.2.6)
- Bespreek het doel en de werking van classSchema objecten.
- Hoe benadert Active Directory het mechanisme van overerving ?
- Bespreek de diverse naamgevingen van classSchema objecten.
- Bespreek de belangrijkste kenmerken van classSchema objecten, en hoe die ingesteld kunnen worden.
- Welke andere types objecten bevat het Active Directory schema, en wat is hun bedoeling ? (o.a. §2.2.7)
- Hoe en met welke middelen kan het Active Directory schema uitgebreid worden ? (§2.2.8, ldifde fractie §2.2.3)
- 4.
- Active Directory functionele niveaus (§2.4.3)
- Geef de diverse functionele niveaus waarop Active Directory kan ingesteld worden. Bespreek van elk niveau alle eraan gekoppelde voordelen. Geef hierbij een korte verklaring (verspreid over de cursus !) van de ingevoerde begrippen.
- Hoe kan men detecteren op welk niveau een Active Directory omgeving zich bevindt ?
- Op welke diverse manieren kan men het functionele niveau verhogen of verlagen ?
- 5.
- Active Directory domeinstructuren (§2.4.4 en §2.4.6)
- Wat is de bedoeling van vertrouwensrelaties ?
- Bespreek de verschillende soorten vertrouwensrelaties.
- Op welke diverse manieren kunnen vertrouwensrelaties gecreëerd en gecontroleerd worden ? Bespreek ook de optionele configuratiemogelijkheden.
- Welke verschillen zijn er in praktijk tussen NT 4.0 en Windows Server domeinstructuren ? Bespreek de alternatieve mogelijkheden bij de conversie van een NT 4.0 domeinstructuur naar een Windows Server omgeving.
- 6.
- Active Directory server rollen (§2.4.7, §2.3 en fractie §2.4.2)
Welke vragen moet men zich stellen na de initiële installatie van een Windows Server toestel, in verband met de rollen die de server zal vervullen met betrekking tot Active Directory ? Formuleer bij het beantwoorden van deze vragen telkens (voor zover relevant):
- Hoe bepaald wordt welke servers een specifieke rol vervullen ? Hoeveel zijn er nodig, en hoe gebeurt de instelling ervan ?
- Eigenschappen zoals functie, inhoud, synchronisatie, ... ?
- De eventuele relatie tussen de diverse rollen. Vermeld bijvoorbeeld welke rollen al dan niet door dezelfde server kunnen vervuld worden.
- Op welke diverse manieren men de configuratie van de rol kan wijzigen ?
- 7.
- Gedeelde mappen en NTFS
- Op welke diverse manieren kunnen gedeelde mappen gecreëerd en geconfigureerd worden ? Geef hierbij een korte verklaring van de ingevoerde begrippen en de alternatieve configuratieinstellingen. (§3.2.1, §3.2.2, fracties §3.3.1 §3.4.2, §3.4.3 en §3.6)
- Op welke diverse manieren kan men gebruik maken van gedeelde mappen ? (§3.2.3)
- Geef een overzicht van de belangrijkste voordelen van de opeenvolgende versies van het NTFS bestandssysteem. Bespreek elk van deze aspecten kort, en geef aan hoe je er gebruik kan van maken, bij voorkeur vanuit een Command Prompt. (NTFS fractie §1.6)
|
|