Hoe maak je een poster ?

Inleiding

Een poster is een krachtig middel om informatie uit te wisselen. Een poster resumeert alle informatie over je masterproef, en presenteert ze op een aantrekkelijke manier, zodat het een start is voor discussie.

Voordelen en nadelen van een poster

Voordelen

Nadelen

Wie zijn de toehoorders ?

Het is belangrijk om de communicatie af te stemmen op de toehoorder. Ook je poster moet aangepast worden zodat de informatie toegankelijk is. Dit heeft gevolgen voor:

De titel van de masterproef

Het is een goed moment om de titel van de masterproef, die ook de titel van de poster is, te herbekijken. Gebruik daarbij de volgende checklist:

Enkele tips voor de layout van de poster

  1. De poster moet goed leesbaar zijn vanaf korte afstand (1-3 m). Een klein overzicht met richtlijnen voor de font size :

    Point size voor tekst in een poster
    titel104 points=35-40 mm
    informatie van de auteur en het bedrijf72 points=25 mm
    gewone tekst16-18 points=5-6 mm

  2. Prop de poster niet vol met informatie. Plaats de verschillende delen in een logische volgorde, en wees consequent. Twee, maximaal drie kolommen en genummerde boxen kunnen helpen.
  3. Een goede mix (50-50) tussen niet-verbale informatie (grafiek, tabellen, figuren, schema) en tekst. Diagrammen, foto's,... zijn toegankelijker dan tekst en spreken het publiek dus directer aan. Om de juiste interpretatie bij een beeld te geven heb je echter ook tekst nodig. Tabellen worden duidelijker als je ze voorstelt in een diagram.
  4. Gebruik niet teveel woorden (tussen 300 en 800). Met 300 woorden heb je nog veel ruimte voor grafieken en tekeningen, met 800 woorden zal de tekst al heel veel ruimte innemen. Meer uitleg vindt de toehoorder op de website, die je kan vermelden.
  5. Plaats bij elke grafiek, tabel, schema, foto, een korte titel.
  6. Gebruik donkere tekst op een licht gekleurde achtergrond. Een hoge graad van contrast is aangenamer en maakt de poster beter leesbaar vanop een afstand. Gebruik gekleurde kaders om iets te accentueren in de tekst of in een grafiek, maar overdrijf niet met kleuren.
  7. Gebruik sans-serif lettertypes, zoals Arial, Verdana, omdat de letters heel duidelijk zijn vanop afstand. Gebruik hoogstens 2 verschillende fonts.
  8. Wees consistent in de stijl die je gebruikt : tekst met dezelfde functie moet op dezelfde manier opgemaakt worden.
  9. Overdrijf niet in opmaak. Teveel fantasie zal het publiek afleiden.

De verschillende secties van de poster

  1. Titel: een banner bovenaan de poster.
  2. Informatie van de auteur: de na(a)m(en) van de auteurs, promotoren, bedrijf,...
  3. Logo's: van het bedrijf waar je de masterproef doet en van de hogeschool
  4. Inleiding: contextschets en de kern van de masterproef toelichten, zonder veel details en definities.
  5. Hypothese - einddoel: beschijf kort je hypothese of einddoel
  6. Methode en technologie: beschrijf kort, met een schema, flow chart of figuur, de gebruikte methodes. Vermeld de belangrijkste nieuwe technologieën die aan bod komen.
  7. Resultaten: bespreek uitgebreid de voorlopige resultaten. Grafieken kunnen daarbij heel duidelijk zijn.
  8. Besluit: beschijf kort tot waar je nu geraakt bent, wat de relevantie is voor andere toepassingen. Sluit af met een krachtige boodschap.
  9. Andere interessante informatie : website of een source-repository, e-mailadres.
  10. Je hoeft de verschillende secties niet noodzakelijk als aparte onderdelen te benoemen, maar zorg wel dat ze inhoudelijk aan bod komen.