Hoe maak je een poster ?
Inleiding
Een poster is een krachtig middel om informatie uit te wisselen. Een poster resumeert alle informatie over je masterproef, en presenteert ze op een aantrekkelijke manier, zodat het een start is voor discussie.
Voordelen en nadelen van een poster
Voordelen
- Een poster is een visueel medium, die een overzichtelijk geheel van de masterproef presenteert. Het is een hulpmiddel om na te denken over de belangrijkste onderdelen in je masterproef. Voor elk topic selecteer je wat het meest relevant is.
- Een poster kan gemaakt worden als de masterproef nog niet helemaal afgerond is.
- Het is een uitgangspunt om over de onderwerpen ideëen uit te wisselen.
Zo kan je feedback verkrijgen terwijl de masterproef nog niet afgewerkt is. Dit kan zijn invloed hebben op het vervolg van de masterproef.
- Het presenteren van een poster is een goede oefening voor de student, met minder stress, en in een ontspannende sfeer met medestudenten, bezoekers en docenten.
Nadelen
- Er is een beperkte ruimte beschikbaar, dus moet de informatie zorgvuldig gekozen worden.
- Het is niet zo eenvoudig om je publiek te boeien voor je uitleg. Er is ook niet zo duidelijk afgelijnd hoe lang je kan/mag praten.
Wie zijn de toehoorders ?
Het is belangrijk om de communicatie af te stemmen op de toehoorder. Ook je poster moet aangepast worden zodat de informatie toegankelijk is. Dit heeft gevolgen voor:
- De boodschap die je brengt: "Wat weten de toehoorders reeds ?"
- De argumenten: "Hoe kan ik deze toehoorder overtuigen van de ontwikkeling die deze masterproef meemaakt ? "
- Taal: mag dichter bij de gewone spreektaal liggen.
De titel van de masterproef
Het is een goed moment om de titel van de masterproef, die ook de titel van de poster is, te herbekijken. Gebruik daarbij de volgende checklist:
- Spreekt de titel aan om iets meer te weten over je onderwerp?
- Geeft de titel direct toegang tot het belangrijkste deel van je onderzoek ?
- Beschrijft de titel de belangrijkste delen van je onderzoek ?
- Gebruik zo weinig mogelijk woorden in de titel, maar zorg dat de titel wel zinvol blijft.
- Is de titel te lang, of te algemeen ?
- Is de titel zinvol ?
Enkele tips voor de layout van de poster
- De poster moet goed leesbaar zijn vanaf korte afstand (1-3 m). Een klein overzicht met richtlijnen voor de font size :
| Point size voor tekst in een poster |
| titel | 104 points=35-40 mm |
| informatie van de auteur en het bedrijf | 72 points=25 mm |
| gewone tekst | 16-18 points=5-6 mm |
- Prop de poster niet vol met informatie. Plaats de verschillende delen in een logische volgorde, en wees consequent. Twee, maximaal drie kolommen en genummerde boxen kunnen helpen.
- Een goede mix (50-50) tussen niet-verbale informatie (grafiek, tabellen, figuren, schema) en tekst. Diagrammen, foto's,... zijn toegankelijker dan tekst en spreken het publiek dus directer aan. Om de juiste interpretatie bij een beeld te geven heb je echter ook tekst nodig. Tabellen worden duidelijker als je ze voorstelt in een diagram.
- Gebruik niet teveel woorden (tussen 300 en 800). Met 300 woorden heb je nog veel ruimte voor grafieken en tekeningen, met 800 woorden zal de tekst al heel veel ruimte innemen. Meer uitleg vindt de toehoorder op de website, die je kan vermelden.
- Plaats bij elke grafiek, tabel, schema, foto, een korte titel.
- Gebruik donkere tekst op een licht gekleurde achtergrond. Een hoge graad van contrast is aangenamer en maakt de poster beter leesbaar vanop een afstand. Gebruik gekleurde kaders om iets te accentueren in de tekst of in een grafiek, maar overdrijf niet met kleuren.
- Gebruik sans-serif lettertypes, zoals Arial, Verdana, omdat de letters heel duidelijk zijn vanop afstand. Gebruik hoogstens 2 verschillende fonts.
- Wees consistent in de stijl die je gebruikt : tekst met dezelfde functie moet op dezelfde manier opgemaakt worden.
- Overdrijf niet in opmaak. Teveel fantasie zal het publiek afleiden.
De verschillende secties van de poster
- Titel: een banner bovenaan de poster.
- Informatie van de auteur: de na(a)m(en) van de auteurs, promotoren, bedrijf,...
- Logo's: van het bedrijf waar je de masterproef doet en van de hogeschool
- Inleiding: contextschets en de kern van de masterproef toelichten, zonder veel details en definities.
- Hypothese - einddoel: beschijf kort je hypothese of einddoel
- Methode en technologie: beschrijf kort, met een schema, flow chart of figuur, de gebruikte methodes. Vermeld de belangrijkste nieuwe technologieën die aan bod komen.
- Resultaten: bespreek uitgebreid de voorlopige resultaten. Grafieken kunnen daarbij heel duidelijk zijn.
- Besluit: beschijf kort tot waar je nu geraakt bent, wat de relevantie is voor andere toepassingen. Sluit af met een krachtige boodschap.
- Andere interessante informatie : website of een source-repository, e-mailadres.
Je hoeft de verschillende secties niet noodzakelijk als aparte onderdelen te benoemen, maar zorg wel dat ze inhoudelijk aan bod komen.